ma 8 januari 2018

Dichter bij dichters

Locatie: 
 Koningin Wilhelminalaan 36
Tijdstip: 
 20.15 uur

Op veler verzoek houden wij met plezier in januari weer een viertal poëzie-avonden bij ons thuis. Het programma heet dit jaar: ‘Speelse poëzie’. Vier dichters worden ten tonele gevoerd en dit hebben zij gemeenschappelijk: we komen heel wat speelsheid in hun verzen tegen.
Dat geldt in de eerste plaats voor Pierre Kemp, een vooroorlogse dichter die nu weer helemaal in de belangstelling staat. Als forens schreef hij dagelijks in de trein zijn verzen, korte lichtvoetige impressies. Remco Campert is onder de dichters van de beweging van Vijftig degene met de lichtste toon. Willem Wilmink was tekstdichter, liedjeszanger en overigens ook academisch literatuurwetenschapper. En tenslotte Anne Vegter, die vier jaren als ‘dichter des vaderlands’ de aandacht trok met haar originele verzen. 
De avonden worden gehouden in huiselijke kring.
Het gaat om vier opeenvolgende maandagavonden: 8 jan., 15 jan., 22 jan. en 29 jan.
Dringend verzoek: u bent van harte welkom maar wilt u zich van te voren wel even opgeven in verband met de organisatie?
Fam. Schouten, tel. 035-6948871
e-mail: schoutenjanpeter@gmail.com

terug
 


Laatste nieuws

Blog

Korte vieringen op zomerzondagen omlijst door muziek Korte vieringen op zomerzondagen omlijst door muziek

Vanaf 1 juli mogen vieringen in de kerk weer doorgang vinden. Weet dat je welkom bent!
 

lees meer »
 

Pinksteren Pinksteren
lees meer »
 
Vlam Vlam

Wij hebben net Pinksteren gevierd. Pinksteren, de verjaardag van de kerk als gemeenschap van mensen. Wij vieren dat Gods geest er voor iedereen is. Er zijn verschillende symbolen bij deze verjaardag. Wie de beeldregistratie van de Pinksterviering in de Grote Kerk heeft gezien, kan er niet om heen dat wij dit jaar het symbool van de duif centraal stelden. Er zijn meer symbolen voor Pinksteren: wind, water, olie, oogst en vuur. De kleinste vorm van vuur is de vlam. In de geest van het Pinksterverhaal, Handelingen 2, 1-5  ook wel een tong van vuur genoemd.

Vuur. Wij zingen er graag over. Een dierbaar lied is afkomstig uit de oecumenische kloostergemeenschap in Taizé. Eenmaal gezongen, neuriet het lang na.

Als alles duister is,
ontsteek dan een lichtend vuur
dat nooit meer dooft,
een vuur dat nooit meer dooft.


Misschien heb je het in deze coronatijd - met soms sombere vooruitzichten - wel gezongen of geneuried. Thuis, alleen, in de beslotenheid. Want helaas, samen zingen heeft mogelijk een verhoogd risico op verspreiding van het nieuwe coronavirus. Bij diep in- en uitademen, zouden druppeltjes die het coronavirus verspreiden (aerosolen) gemakkelijk naar buiten komen en anderen kunnen infecteren. De veilige afstand voor (koor)zangers is momenteel onderwerp van onderzoek.

Zingen is in Nederland de meest populaire vorm van vrijetijdsbesteding. Wie had kunnen denken dat die hobby synoniem zou worden voor spelen met vuur.

De kleinste vorm van vuur, de vlam kan de 600.000 Nederlanders die zingen als hobby beoefenen misschien van nut zijn. Een ingewijde in de muziek vertelde me onlangs dat al in de Middeleeuwen het zingen voor een kaars, een beproefde manier was om de adembeheersing te oefenen. Je gaat op mondhoogte op 1,5 m afstand van de vlam van een brandende kaars staan.  Een flakkerende vlam verklapt luchtverplaatsing. Op 1.5 m afstand van een kaars al zingend een vlam rustig - als het ware onbewogen - laten branden, is de uitdaging. Zo biedt de 1,5 meter misschien onverwachte, risicoloze oefenstof die hobbyisten in vuur en vlam zet.

WdVK, juni 2020